Imágenes de páginas
PDF
EPUB
[merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][ocr errors][ocr errors][ocr errors][ocr errors][ocr errors][merged small][merged small][merged small][merged small][merged small][ocr errors][ocr errors][merged small][ocr errors][merged small][merged small][merged small][merged small]

gymnasia. ............ 403

Eenige vragen aan den heer C. L. Lütke- .

bühl Jr. ............ 631

[ocr errors][merged small][merged small]

Het meerendeel der menschen schijnt in de streelende overtuiging te verkeeren, dat, terwijl zeer veel kennis uitsluitend het loon is van zeer veel inspanning, eene voorzienige goedheid alle welopgevoede menschen heeft toegerust met eene natuurlijke kennis omtrent het voornaamste, dat betrekking heeft op staatkunde, godgeleerdheid , schoonheidsleer en zedekunde. Voor hen, die dit meenen, zijn de volgende bladzijden niet geschreven, maar voor hen, die gaarne zelf over zedekunde nadenken. Gedeeltelijk aan de hand van de (tot op bl. 321) zeer leerzame Phaenomenologie des sittlichen Bewusstseins. Prolegomena zu jeder künftigen Ethik von Eduard von Hartmann, ten vorigen jare uitgekomen te Berlijn, bij Carl Duncker (871 bl. groot 8), wensch ik, met zorgvuldig vermijden van allen geleerden omhaal, van alle kunsttermen, en dus in algemeen verstaanbare taal, een beoordeelend overzicht te geven van onderscheidene zedekundige beginselen, en wel in dier voege, dat elk beginsel streng wordt afgescheiden van elk ander, om alleen in zijne eigene gevolgen te worden bespied. Ons onderzoek beweegt zich dus geheel in het afgetrokkene. Het houdt zich niet bezig met de menschen, gelijk zij handelen onder den vereenigden invloed van allerlei zedelijke beginselen, maar met elk dier beginselen in zulk een staat van afzondering, waarin het werkelijk nooit voorkomt. Ik leg mij daarbij op de grootste beknoptheid toe, daar mijn doel niet is onderwijzen, maar opwekken van het eigen nadenken van den lezer.

In den wil ligt het wezen van den handelenden mensch. Willen is bevrediging zoeken van behoeften. Zijn die behoeften bij den mensch van zeer onderscheiden aard, hij weet ze te rangschikken, de eene

1881. I,

aan de andere ondergeschikt te maken. Slaagt hij daarin, dan vindt hij geluk, in onderscheiding van het dier, dat het niet verder brengt dan het opvolgen van een lust en het daardoor verkrijgen van een aangenaam gevoel; iets, waarmee insgelijks de mensch aanvangt, namelijk op den laagsten trap zijner ontwikkeling

In dit zoeken van een aangenaam gevoel ligt reeds aanleiding tot nadenken over eene zedeleer. Men tracht natuurlijk dat gevoel niet alleen zoo krachtig, maar ook zoo duurzaam mogelijk te maken, en men vraagt zich derhalve af, welk aangenaam gevoel, welk genot aan de beide voorwaarden het best voldoet. Zoo komt men ertoe, de zinnelijke en de geestelijke genieting met elkander te vergelijken, en er ontstaat eene zedeleer, nederkomende op het berekenen van de kansen, die eene daad of eene levenswijze oplevert voor het verzekeren van zoowel het innigst, als het meest blijvend genot. Men kan daarbij tot de meening geraken, dat de deugdzame daad, de deugdzame levenswijs of ook het gebruiken van de rede de schoonste kansen vereenigt: het genot blijft altijd doel, de deugd of het gebruik der rede slechts een middel. Ook is het natuurlijk onverschillig, of men meent, dat het beurtelings gehoorzamen aan de rede en aan zekere driften het doeltreffendst is: het doel, dat men, hoe dan ook, treffen wil, verandert niet: het is zuiver persoonlijke bevrediging. De zedeleer der geheele Oudheid heeft nooit hooger doel gekend. Epikurus, de Stoïcijn, Aristoteles, Plato hebben het gelijkelijk nagestreefd. Spinoza's zedeleer is in beginsel geene andere: hij heeft slechts uit dit beginsel meer gevolgen en gevolgen van wijdere strekking afgeleid, dan vóór hem was geschied. Daarmede heeft hij zeker een dienst bewezen , immers in het licht gesteld, dat de zedeleer, die in de berekening van de beste kansen van genot bestaat, – eene zedeleer, voor zeer velen de eenig bruikbare – het inderdaad zeer ver brengen kan.

Dat zij tot eene volkomene zedelijkheid kan voeren, is evenwel niet aan te nemen, of men moest de gewone beteekenis van dat woord veranderen. De zedeleer der kansrekening, gelijk wij haar kortheidshalve willen noemen, gebiedt, een groot voordeel in de toekomst te verzekeren door hetgeen voor het oogenblik een klein nadeel is. Derhalve: zelf arm, met een rijke, na eene schipbreuk, op een eenzaam eiland, dood ik hem in den slaap en eigen mij zijn vermogen toe, want gevaar van ontdekking is er niet. Overal, waar de onmacht van den Staat, of een groot fortuin, dat tot het omkoopen van rechters in staat stelt, of het overwicht van mijn maatschappelijken rang, of ook de medeplichtigheid der openbare meening, of eindelijk eene naderende staatkundige omwenteling vaste waarborgen zijn , dat eene anders laakbare handeling, die ik plegen wil, ongestraft zal blijven, wordt die handeling geoorloofd, zoodra ik er de som van mijn genot door vermeerder. Want men zegge niet, dat eene laakbare handeling dit nooit doen kan, daar zij gewetenswroeging veroorzaakt. Wat, indien ik er

« AnteriorContinuar »